4.9
Toelichting op de balans per 31 december 2025
1. Immateriële vaste activa
| |
Software (licenties) |
| |
2025 |
| Stand per 1 januari |
|
| Verkrijgingsprijs |
1.246.711 |
| Cumulatieve afschrijvingen en overige waardeverminderingen |
- |
| Boekwaarde per 1 januari |
1.246.711 |
| Mutaties |
|
| Investeringen |
141.338 |
| Afschrijvingen |
-249.342 |
| |
-108.004 |
| |
|
| Stand per 31 december |
|
| Verkrijgingsprijs |
1.388.049 |
| Cumulatieve afschrijvingen en overige waardeverminderingen |
-249.342 |
| Boekwaarde per 31 december |
1.138.707 |
De immateriële vaste activa betreft de aanschaf van een nieuw ERP systeem en heeft een geschatte economische levensduur van 5 jaar. Gedurende de economische levensduur worden de immateriële vaste activa naar tijdsgelang lineair afgeschreven.
2. Vastgoedbeleggingen
DAEB- en niet DAEB-vastgoed in exploitatie (VIE)
| |
DAEB vastgoed in exploitatie |
|
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie |
|
| |
2025 |
2024 |
2025 |
2024 |
| Stand per 1 januari |
|
|
|
|
| Aanschafwaarde |
336.931.196 |
301.745.454 |
27.635.049 |
28.035.960 |
| Herwaardering |
308.200.996 |
287.717.478 |
2.221.733 |
378.016 |
| Boekwaarde per 1 januari |
645.132.192 |
589.462.932 |
29.856.782 |
28.413.976 |
| |
|
|
|
|
| Mutaties |
|
|
|
|
| Aankoop woningen |
- |
- |
- |
- |
| Investeringen bestaand bezit |
20.434.492 |
18.125.142 |
- |
26.487 |
| Herclassificatie grond |
- |
- |
- |
- |
| Nieuwbouw (van VIO) |
7.090.313 |
24.893.681 |
- |
- |
| Onrendabele top nieuwbouw van VIO |
- |
-13.896.070 |
- |
- |
| Buitengebruikstelling sloop (naar VIO) |
- |
-5.230.037 |
- |
-42.200 |
| Buitengebruikstelling verkoop |
-1.544.681 |
-1.291.042 |
- |
- |
| Te verkopen woningen (naar voorraad) |
- |
-1.312.002 |
- |
-358.711 |
| Onrendabele top investering bestaand bezit |
-16.788.962 |
-10.553.504 |
- |
- |
| Overboeking naar voorziening |
-1.140.934 |
- |
- |
- |
| Mutatie marktwaarde |
50.820.850 |
44.933.092 |
1.616.681 |
1.817.230 |
| Totaal mutaties |
58.871.077 |
55.669.260 |
1.616.681 |
1.442.806 |
| |
|
|
|
|
| Stand per 31 december |
|
|
|
|
| Aanschafwaarde |
362.911.319 |
336.931.196 |
27.635.049 |
27.635.050 |
| Herwaardering |
341.091.950 |
308.200.996 |
3.838.414 |
2.221.732 |
| Boekwaarde per 31 december |
704.003.269 |
645.132.192 |
31.473.463 |
29.856.782 |
Wijzigingen in het aantal verhuureenheden hebben invloed op de ontwikkeling van de marktwaarde. In 2025 zijn vanuit het project Oale Bouw fase 2 37 woningen opgeleverd. Naast het bouwen van nieuwe woningen zijn er in afgelopen jaar 278 woningen verduurzaamd. Het aantal verhuureenheden is afgenomen door het verkopen van 17 woningen.
Basiswaardering woongelegenheden en parkeergelegenheden
Parameters woongelegenheden
De belangrijkste parameters zijn:
| |
2025 |
2024 |
| Disconteringsvoet |
6,00% tot 8,88% |
6,00% tot 9,42% |
| Exit yield* |
5,79% tot 17,63% |
0% en 6,50% |
| Mutatiekans |
7,58% |
7,36% |
| Gem. markthuur (per eenheid per maand) |
€ 1.007,35 |
€ 900,81 |
In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.
- Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel.
- Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.
De overdrachtskosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 11,4% van de berekende waarde van een verhuureenheid op peildatum 31 december 2025, vanaf 1-1-2026 9,0% (2025: 11,4%).
Parkeergelegenheden
De belangrijkste parameters zijn:
| |
2025 |
2024 |
| Disconteringsvoet |
8,26% tot 8,35% |
7,94% tot 8,03% |
| Exit yield* |
0% tot 14,60% |
0% tot 21,11% |
| Gem. markthuur (per eenheid per maand) |
€ 28,44 |
€ 36,84 |
Bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed alsmede zorgvastgoed en flexwoningen
Full versie marktwaardering
Inschakeling taxateur
De huursom van ons bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed (incl. zorgvastgoed en flexwoningen) bedraagt meer dan 5% van de totale huursom. In dat geval is voorgeschreven dat dit deel van ons bezit elke drie jaar volledig getaxeerd dient te worden (full-waardering). In de andere twee jaar volstaat een markttechnische update.
Parameters bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed alsmede zorgvastgoed
De belangrijkste parameters zijn:
| |
2025 |
2024 |
| Disconteringsvoet BOG/MOG |
7,75% tot 10,75% |
7,50% tot 10,51% |
| Disconteringsvoet ZOG |
7,0% en 8,75% |
6,25% en 8,75% |
| Exit yield BOG/MOG* |
0% tot 11,75% |
0% tot 13,68% |
| Exit yield ZOG* |
7,50% tot 9,25% |
6,75% tot 9,25% |
| Gem. markthuur (per m2 vvo per jaar) BOG/MOG |
€ 137,61 |
€ 132,21 |
| Gem. markthuur (per m2 vvo per jaar) ZOG |
€ 128,16 |
€ 121,39 |
De overdrachtskosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 11,4% van de berekende waarde van een verhuureenheid (2025: 11,4%).
Bij de full-versie heeft de taxateur de mogelijkheid om bij een aantal vrijheidsgraden af te wijken van het handboek. Bij Mijande Wonen is er bij een aantal van de getaxeerde complexen afgeweken van de vrijheidsgraden disconteringsvoet en/of exit yield ten opzichte van het handboek. Dit heeft te maken met de kwaliteit en lengte van de huurovereenkomsten alsmede de bouwjaren van de objecten.
Toename Marktwaarde
De toename van de marktwaarde in 2025 kan op hoofdlijnen worden als volgt verklaard:
| |
DAEB |
niet-DAEB |
Totaal |
Effect |
| Marktwaarde 2024 |
646.448 |
30.215 |
676.663 |
100,0% |
| Voorraadmutaties |
4.488 |
-359 |
4.130 |
0,6% |
| Vastgoedgegevens |
41.060 |
1.471 |
42.531 |
6,3% |
| Methodische wijzigingen |
- |
- |
- |
0,0% |
| Validatie |
15.261 |
1.087 |
16.348 |
2,4% |
| Marktontwikkelingen |
-3.808 |
-388 |
-4.195 |
-0,6% |
| Marktwaarde 2025 |
703.450 |
32.027 |
735.477 |
108,7% |
| Percentage marktwaarde 2025 t.o.v. 2024 |
108,8% |
106,0% |
108,7% |
|
| Vastgoed bestemd voor verkoop naar Voorraden |
- |
- |
- |
|
| Marktwaarde 2025 in exploitatie |
703.450 |
32.027 |
735.477 |
108,7% |
Onroerende zaken bestemd voor de verkoop
De woningen die ultimo 2025 leeg staan en bestemd zijn om te worden verkocht zijn op de balans afzonderlijk opgenomen onder de post ‘Vastgoed bestemd voor verkoop’.
Beleidswaarde
| |
2025 |
2024 |
| Marktwaarde in verhuurde staat |
735.477 |
676.660 |
| 1. Beschikbaarheid (doorexploiteren) |
-119.317 |
-185.102 |
| 2. Betaalbaarheid (huren) |
-170.402 |
-112.753 |
| 3a Kwaliteit (onderhoud) |
-61.241 |
-118.830 |
| 3b Kwaliteit (energielabels) |
-2.053 |
-2.213 |
| 4. Beheer (beheerskosten) |
-19.704 |
7.547 |
| 5. Disconteringsvoet |
251.563 |
220.977 |
| Maatschappelijke investering |
-121.154 |
-190.374 |
| Beleidswaarde |
614.323 |
486.286 |
De beleidswaarde 2025 is € 128 miljoen gestegen ten opzichte van 2024. Het verloop blijkt uit navolgende tabel.
Verloop Beleidswaarde
| |
DAEB |
niet-DAEB |
Totaal |
Effect |
| Beleidswaarde 2024 |
455.434 |
30.852 |
486.286 |
100,0% |
| Voorraadmutaties |
5.011 |
-192 |
4.819 |
1,0% |
| Vastgoedgegevens |
19.566 |
524 |
20.089 |
4,1% |
| Methodische wijzigingen |
- |
- |
- |
0,0% |
| Validatie |
-9 |
-30 |
-39 |
-0,0% |
| Marktontwikkelingen |
-1.950 |
-640 |
-2.589 |
-0,5% |
| Parameters beleidswaarde |
102.843 |
2.914 |
105.757 |
21,7% |
| Beleidswaarde 2025 |
580.895 |
33.428 |
614.323 |
126,3% |
| Percentage beleidswaarde 2025 t.o.v. 2024 |
127,5% |
108,4% |
126,3% |
|
Uit voorgaand verloop blijkt dat de beleidswaarde met name wordt beïnvloed door de vastgoedgegevens en de parameters beleidswaarde. Voor de vastgoedgegevens wordt de stijging vooral veroorzaakt door de stijging van de gemiddelde contracthuur van 5,46%. De stijging van de beleidswaarde wordt voornamelijk door de daling van de onderhoudsnorm van 22,3% veroorzaakt.
Toelichting activa in exploitatie
| Uitgangspunten voor |
2025 |
2024 |
| Disconteringsvoet *) |
4,22% |
4,17% |
| Streefhuur per maand |
€ 718 |
€ 672 |
| Lasten onderhoud per jaar |
€ 2.607 |
€ 3.354 |
| Lasten beheer per jaar |
€ 1.147 |
€ 826 |
Disconteringsvoet
Met ingang van 2025 is deze voor alle corporaties gesteld op 4,22% voor DAEB-bezit en op 4,76% voor niet-DAEB-bezit.
Streefhuur
Het streefhuurbeleid van Mijande Wonen is erop gericht de streefhuren gelijk te laten zijn aan de aftoppingsgrenzen. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van een 2-hurenbeleid. Dat wil zeggen dat uitgaande van de streefhuren c.q aftoppingsgrenzen voor huishoudens met een hoger inkomen een opslag geldt van € 50. Jongeren tot 23 jaar krijgen een korting op de huurprijs, zodat zij in aanmerking blijven komen voor huurtoeslag. Deze korting vervalt nadat zij 23 jaar zijn geworden.
Onderhoud
De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:
- Planmatig onderhoud
- Contractonderhoud
- Mutatieonderhoud
- Reparatie- en klachtenonderhoud
Planmatig onderhoud
Het planmatig onderhoud is gebaseerd op de vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting (mjob). De onderhoudsuitgaven betreffen de uitgaven om een verhuurbare eenheid, danwel complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden, als waarin het zich op de peildatum (einde boekjaar) bevindt, rekening houdend met het effect van onderhoudscycli, zo nodig na het verhelpen van achterstallig onderhoud indien dit aanwezig is. Het in dezelfde technische en bouwkundige staat houden, houdt in dat er in of aan het vastgoed geen technische gebreken zijn (minimaal conditiescore 4). Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Mijande Wonen conditiemetingen overeenkomstig NEN 2767. Mijande Wonen hanteert een periode actualisatie van de conditiemetingen: eens in de 3 jaar wordt ieder complex opgenomen.
In de onderhoudsuitgaven zijn dus ook de uitgaven voor de vervanging van daken, voegwerk en kozijnen opgenomen omdat dit in beginsel kwalificeert als instandhouding. Ook de uitgaven voor vervanging van keukens, badkamers en toiletten vallen onder de onderhoudsuitgaven in verband met het technisch en bouwkundig in stand houden van het gebouw. In de mjob wordt rekening gehouden met de volgende onderhoudscycli afhankelijk van de aard van het soort werkzaamheden.
Contractonderhoud
Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.
Mutatieonderhoud
De in de meerjarenonderhoudsbegroting (mjob) opgenomen geschatte kosten met betrekking tot mutatieonderhoud, reparatie en klachtenonderhoud zijn gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke zijn geïndexeerd met de bouwkostenindex. De mjob is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwing, renovatie, sloop, nieuwbouw en verkoop. Voor de beleidswaarde dient de begroting gebaseerd te zijn op de langjarige onderhoudscyclus (60 jaar) van het object op basis van instandhouding. Als gevolg hiervan zijn nieuwbouw en verkoop buiten beschouwing gelaten en is ingrijpende verbouwing aangepast naar een situatie voordat er correcties als gevolg van clustering vanwege ingrijpende verbouwing zijn verwerkt.
Beheer
De norm voor beheerlasten is gebaseerd op het meerjarig gemiddelde van de vastgestelde meerjarenbegroting 2026 e.v.
Sensitiviteitsanalyse
In navolgende tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van de uitgangspunten heeft op de beleidswaarde.
| Effect op de beleidswaarde (x € 1.000) |
Mutatie t.o.v. uitgangspunt |
Effect op de beleidswaarde |
| Streefhuur per maand |
€ 25 hoger |
+/+ € 26.109 |
| Streefhuur per maand |
€ 25 lager |
-/- € 29.792 |
| Lasten onderhoud per jaar |
€ 100 hoger |
-/- € 18.000 |
| Lasten beheer per jaar |
€ 100 hoger |
-/- € 18.000 |
| Disconteringsvoet |
0,5% hoger |
-/- € 63.592 |
Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie
Per 31 december 2025 is in totaal € 382 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2024: € 351 miljoen), dit is het positieve verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.
De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is € 614,3 miljoen, de marktwaarde € 735,5 miljoen. Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde is een bedrag van circa € 121 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Mijande Wonen.
De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en de toenemende behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhoudslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteitssituatie van de corporatie.
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Boekwaarde per 1 januari |
3.077.632 |
2.910.407 |
| |
|
|
| Mutaties |
|
|
| Toevoeging |
424.324 |
167.225 |
| Mutatie marktwaarde |
- |
- |
| Totaal mutaties 2025 |
3.501.956 |
3.077.632 |
| |
|
|
| Boekwaarde per 31 december |
3.501.956 |
3.077.632 |
Bij de contracten gebaseerd op het "Koopgarant"-principe geldt dat er sprake is van verleende kortingen van 25%. Daarnaast heeft Mijande Wonen een terugkoop verplichting (verantwoord onder 9). Het aandeel van Mijande Wonen in de waarde ontwikkeling van de woning is 50%. De actuele waarde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is gebaseerd op de WOZ-waarde geïndexeerd naar ultimo 2025 conform stijging handboek (Twente). Eind 2025 resteren er 15 woningen die zijn verkocht onder voorwaarden (2024: 15 woningen).
Vastgoed in ontwikkeling (VIO) bestemd voor eigen exploitatie
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Boekwaarde per 1 januari |
0 |
2.292.717 |
| |
|
|
| Mutaties |
|
|
| Investeringen |
11.942.089 |
9.387.567 |
| Inbreng marktwaarde sloop woningen |
0 |
0 |
| Opboeken kavelprijs nieuwbouw |
0 |
0 |
| Waardeveranderingen |
-297.397 |
0 |
| Overboeking naar VIE |
-7.090.313 |
-11.001.664 |
| Overboeking naar VIE onrendabele top |
-3.449.266 |
-678.620 |
| Totaal mutaties |
1.105.113 |
-2.292.717 |
| |
|
|
| Boekwaarde per 31 december |
1.105.113 |
0 |
3. Materiële vaste activa
Een overzicht van de Materiële vaste activa ten dienste van exploitatie is hierna opgenomen:
| Onroerende en roerende goederen t.d.v. de exploitatie |
Bedrijfsgebouwen en terreinen |
Vervoersmiddelen |
Andere vaste bedrijfsmiddelen |
Totaal |
| |
€ |
€ |
€ |
€ |
| |
|
|
|
|
| Aanschafwaarde |
4.223.357 |
739.169 |
2.552.441 |
7.514.967 |
| Cumulatieve afschrijvingen |
-930.188 |
-332.592 |
-1.876.659 |
-3.139.439 |
| Boekwaarde |
3.293.169 |
406.577 |
675.782 |
4.375.528 |
| |
|
|
|
|
| Mutaties |
|
|
|
|
| Investeringen |
329.987 |
77.968 |
256.786 |
664.741 |
| Desinvesteringen |
0 |
-58.216 |
0 |
-58.216 |
| Afschrijving desinvesteringen |
0 |
0 |
0 |
0 |
| Afschrijvingen |
-121.420 |
-27.237 |
-252.185 |
-400.842 |
| Totaal mutaties |
208.567 |
-7.485 |
4.601 |
205.683 |
| |
|
|
|
|
| Stand per 31 december |
|
|
|
|
| Aanschafwaarde |
4.553.344 |
758.921 |
2.809.227 |
8.121.492 |
| Cumulatieve afschrijvingen |
-1.051.608 |
-359.829 |
-2.128.844 |
-3.540.281 |
| Boekwaarde |
3.501.736 |
399.092 |
680.383 |
4.581.211 |
Afschrijvingen
De afschrijvingen op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn bepaald volgens de lineaire methode rekening houdend met een eventuele restwaarde, onder toepassing van de componentenbenadering en gebaseerd op de volgende verwachte gebruiksduur:
- Bedrijfsgebouwen 50 jaar;
- Terreinen n.v.t.;
- Vervoermiddelen 5-10;
- Andere vaste bedrijfsmiddelen 3-10.
4. Financiële vaste activa
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Latente belastingvordering |
|
|
| Latentie compensabele verliezen |
1.417.009 |
1.445.628 |
| Latentie afschrijvingspotentie |
735.041 |
423.971 |
| |
2.152.050 |
1.869.599 |
Latenties hebben betrekking op tijdelijke waardeverschillen met de fiscale jaarrekening. De gemiddelde looptijd is 5 jaar. De mutatie wordt in het resultaat verantwoord onder de post "Belastingen".
Latentie compensabele verliezen
Het verwachte saldo compensabele verliezen ultimo 2025 bedraagt € 5,6 miljoen. De nominale waarde van de latentie ultimo 2024 bedraagt € 1,5 miljoen. Vrijval 1e jaar € 0,3 miljoen (2025).
Latentie afschrijvingspotentie
De nominale waarde ultimo 2025 bedraagt € 779.842. Vrijval 1e jaar € 211.399.
Overige vorderingen
Het betreft de post geamortiseerde rente en het verloop is als volgt:
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Overige vorderingen |
|
|
| Stand per 1 januari |
155.560 |
176.498 |
| Mutatie |
-23.304 |
-20.938 |
| Stand per 31 december |
132.256 |
155.560 |
Latenties hebben betrekking op tijdelijke waardeverschillen met de fiscale jaarrekening. De gemiddelde looptijd is 5 jaar. De mutatie wordt in het resultaat verantwoord onder de post "Financiële baten en lasten".
VLOTTENDE ACTIVA
5. Voorraden
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop |
354.286 |
- |
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
1.674.417 |
642.734 |
| Vastgoed bestemd voor verkoop (leegstand) |
624.595 |
1.674.417 |
| Verkocht in boekjaar |
-1.674.417 |
-642.734 |
| Stand per 1 januari |
624.595 |
1.674.417 |
Per 31-12-2025 staan er geen woningen leeg die bestemd zijn voor verkoop (2024: 6). Het verantwoorde bedrag ziet toe op twee grondposities die zijn bestemd voor verkopen (2024:0)
Grondposities
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Voorraden grondposities in ontwikkeling |
371.675 |
905.277 |
Onderhoudsmaterialen
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Overige voorraad onderhoudsmaterialen |
99.000 |
95.203 |
6. Vorderingen
Huurdebiteuren
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Huurdebiteuren |
442.062 |
571.328 |
| Af: voorziening wegens oninbaar |
-218.470 |
-238.184 |
| |
223.592 |
333.144 |
Overheid
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Gemeenten |
16.547 |
- |
Belastingen en premies sociale verzekeringen
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Vennootschapsbelasting |
240.693 |
121.504 |
De balanspost vennootschapsbelasting € 230.899 bestaat uit te vorderen vennootschapsbelasting 2024 en € 8.986 betaalde vennootschapsbelasting 2025.
Overige vorderingen
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Overige vorderingen |
869 |
46.307 |
Overlopende activa
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Overige overlopende activa |
380.487 |
446.455 |
De posten gepresenteerd onder de overlopende activa hebben allemaal een looptijd van minder dan één jaar.
7. Liquide middelen
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Rekening courant BNG |
2.496.386 |
7.134.865 |
| Rabobank |
30.369 |
26.350 |
| |
2.526.755 |
7.161.215 |
Het saldo van de liquide middelen staat ter vrije beschikking van Mijande Wonen. Mijande Wonen heeft bij BNG Bank een kredietfaciliteit ter grootte van € 2 miljoen (2024: € 2 miljoen). Op balansdatum is evenals eind vorig jaar geen gebruik gemaakt van deze faciliteit. Voor de faciliteit zijn geen zekerheden gesteld.
PASSIVA
8. Eigen vermogen
Herwaarderingsreserve
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| DAEB vastgoed in exploitatie |
365.979.036 |
337.935.851 |
| Niet-DAEB vastgoed in exploitatie |
11.882.648 |
10.430.919 |
| Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden |
3.243.545 |
2.602.689 |
| |
381.105.229 |
350.969.459 |
| |
DAEB vastgoed in exploitatie |
Niet DAEB vastgoed in exploitatie |
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden |
Totaal |
| |
€ |
€ |
€ |
€ |
| Stand per 1 januari 2025 |
337.935.851 |
10.430.919 |
2.602.689 |
350.969.459 |
| Realisatie uit hoofde van verkoop |
-2.082.207 |
-211.892 |
- |
-2.294.099 |
| Mutatie herwaardering |
30.125.392 |
1.663.621 |
640.856 |
32.429.869 |
| Stand per 31 december 2025 |
365.979.036 |
11.882.648 |
3.243.545 |
381.105.229 |
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
350.969.459 |
321.696.211 |
| Realisatie uit hoofde van verkoop |
-2.294.099 |
-1.283.914 |
| Mutatie herwaardering |
32.429.869 |
30.557.162 |
| Stand per 31 december |
381.105.229 |
350.969.459 |
De herwaarderingsreserve wordt bepaald op complexniveau op basis van het positieve verschil in de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde ten opzichte van de aanschafwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van historische kosten. Bij de bepaling van de boekwaarde op basis van historische kosten wordt geen rekening gehouden met afschrijvingen en waardeverminderingen. Verder is geen rekening gehouden met eventueel over de herwaardering verschuldigde belastingen bij realisatie.
Overige reserves
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
80.222.114 |
189.861.254 |
| Resultaatbestemming voorgaand boekjaar |
43.461.052 |
-80.365.893 |
| Overboeking herwaarderingsreserve |
-30.135.770 |
-29.273.247 |
| Stand per 31 december |
93.547.396 |
80.222.114 |
Het ingehouden deel van het resultaat over 2025 bedraagt € 36.517.894.
Voorstel tot bestemming van het resultaat over het boekjaar 2025. Het bestuur stelt aan de RvC voor het positieve resultaat over het boekjaar 2025 ten bedrage van € 36.517.894 geheel ten bate van de overige reserves en herwaarderingsreserve te brengen.
Dit voorstel is (nog niet) in de jaarrekening verwerkt.
Het positieve resultaat over het boekjaar 2025 ten bedrage van € 36.517.894 dat geheel ten bate van de overige reserves wordt gebracht, betreft € -/- 16,1 miljoen gerealiseerd resultaat en € 52,6 miljoen niet- gerealiseerde waardeveranderingen.
Bestemming van het resultaat over het boekjaar 2025.
De jaarrekening 2025 is vastgesteld in de vergadering van de RvC gehouden op 24 juni 2026. De vergadering heeft de bestemming van het resultaat vastgesteld en conform het daartoe gedane voorstel toegevoegd aan de overige reserves en herwaarderingsreserve.
9. Voorzieningen
Het betreft een voorziening voor verduurzamingsprojecten en het verloop is als volgt:
Onrendabele investeringen en herstructureringen
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Voorziening nieuwbouw en verduurzaming |
|
|
| Stand per 1 januari |
12.241.156 |
16.481.553 |
| Dotatie |
17.921.806 |
14.458.122 |
| Onttrekking |
-8.298.233 |
-12.450.634 |
| Vrijval |
-2.577.379 |
-6.247.885 |
| Stand per 31 december |
19.287.350 |
12.241.156 |
| |
|
|
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Voorziening nieuwbouw |
|
|
| Stand per 1 januari |
4.376.801 |
- |
| Dotatie |
8.508.295 |
10.308.078 |
| Onttrekking |
-710.607 |
-1.897.129 |
| Vrijval |
-1.484.853 |
-4.094.388 |
| Stand per 31 december |
10.689.637 |
4.316.561 |
| |
|
|
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Voorziening verduurzaming |
|
|
| Stand per 1 januari |
7.864.355 |
16.481.553 |
| Dotatie |
9.413.511 |
4.150.045 |
| Onttrekking |
-7.587.626 |
-10.553.506 |
| Vrijval |
-1.092.527 |
-2.153.497 |
| Stand per 31 december |
8.597.713 |
7.924.595 |
10. Langlopende schulden
| |
31-12-2025 |
Kortlopend deel < 1 jaar |
Resterende looptijd > 1 jaar |
Resterende looptijd > 5 jaar |
| |
€ |
€ |
€ |
€ |
| Schulden aan overheid |
10.679.997 |
0 |
3.680.000 |
7.000.000 |
| Schulden aan kredietinstellingen |
185.801.519 |
5.750.370 |
11.400.000 |
174.401.515 |
| Agio |
6.367.913 |
0 |
0 |
0 |
| Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden |
2.901.177 |
0 |
0 |
0 |
| Overige schulden |
4.699.028 |
0 |
0 |
0 |
| Stand per 31 december |
210.449.634 |
5.750.370 |
15.080.000 |
181.401.515 |
Reële waarde
De totale leningen portefeuille bestaat uit schulden overheid en kredietinstellingen. Deze bedraagt ultimo boekjaar € 202,2 miljoen (2024 € 187,3 miljoen) exclusief agio. De marktwaarde bedraagt € 208,2 (2024: € 222,6 miljoen) Eind 2025 was het niet opgenomen deel van de lening variabele hoofdsom nihil (2024: € 4 miljoen). Voor de marktwaarde berekening van de leningen portefeuille is gebruikt gemaakt van de IRS-curve op basis van de 6-maands Euribor curve. De marktwaarde is exclusief de waardering van de embedded derivaten. Deze is apart verantwoord onder de post 'Overige schulden'.
De gemiddelde kostenvoet van de langlopende schulden bedraagt 3,3% (2024: 3,3%).
Schulden aan overheid
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Langlopende leningen overheid |
|
|
| Stand per 1 januari |
3.698.620 |
3.775.762 |
| Opgenomen gelden |
7.000.000 |
- |
| Aflossing |
-18.624 |
-77.142 |
| Stand per 31 december |
10.679.997 |
3.698.620 |
| Kortlopend deel (komend boekjaar) |
- |
-18.620 |
| Langlopende deel per 31 december |
10.679.997 |
3.680.000 |
De leningen overheid betreft een lening van Energiefonds Overijssel (geborgd).
Schulden aan kredietinstellingen
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Langlopende leningen kredietinstellingen |
|
|
| Stand per 1 januari |
183.589.963 |
157.902.353 |
| Opgenomen gelden |
13.000.000 |
30.000.000 |
| Aflossing |
-5.038.074 |
-4.312.393 |
| Stand per 31 december |
191.551.889 |
183.589.960 |
| Kortlopend deel (komend boekjaar) |
-5.750.370 |
-5.038.074 |
| Langlopende deel per 31 december |
185.801.519 |
178.551.886 |
Agio
Betreft te amortiseren agio van de basisrentelening (vervallen embedded derivaat) en de Vestia lening. Het agio valt gedurende de resterende looptijd van de leningen vrij ten gunste van het (rente)resultaat.
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Stand per 1 januari |
6.745.636 |
6.934.069 |
| Vrijval |
-188.718 |
-188.433 |
| Stand per 31 december |
6.556.918 |
6.745.636 |
| Aflossingsverplichting komend boekjaar |
-189.005 |
-188.718 |
| Langlopende deel per 31 december |
6.367.913 |
6.556.918 |
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
De terugkoopverplichting woningen VOV betreft de terugkoopverplichting van onroerende zaken die onder een regeling Verkoop onder Voorwaarden - zoals Koopgarant - zijn verkocht. Het aandeel van Mijande Wonen in de waardeontwikkeling van de woningen is 50%. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd en getoetst aan de bij overdracht ontstane verplichting.
| |
2025 |
2024 |
| |
€ |
€ |
| Boekwaarde per 1 januari |
2.603.091 |
2.407.738 |
| Toevoeging |
- |
- |
| Opwaarderingen boekjaar |
298.086 |
195.353 |
| Boekwaarde per 31 december |
2.901.177 |
2.603.091 |
Het aantal resterende woningen is 15 (2024: 15).
Bij de contracten gebaseerd op het "Koopgarant"-principe geldt dat er sprake is van verleende kortingen van 25% of 15%. Daarnaast heeft Mijande Wonen een terugkoop verplichting (verantwoord onder 9). Het aandeel van Mijande Wonen in de waarde ontwikkeling van de woning is 50%.
De actuele waarde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is gebaseerd op de WOZ-waarde geïndexeerd naar ultimo 2025 conform stijging handboek (Twente).
Overige schulden
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Marktwaarde embedded derivaten |
2.387.999 |
4.378.334 |
| Vooruitontvangen huren Brede School Vriezenveen *) |
2.311.029 |
2.404.719 |
| Boekwaarde per 31 december |
4.699.028 |
6.783.053 |
*) Betreft huurcontract tot en met 2051.
Marktwaarde embedded derivaten
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Boekwaarde per 1 januari |
4.378.334 |
4.131.231 |
| Waardeverandering in boekjaar |
-1.990.335 |
247.103 |
| Boekwaarde per 31 december |
2.387.999 |
4.378.334 |
Onder de overige schulden is de marktwaarde opgenomen van de embedded derivaten. Als gevolg van een stijging van de rente is de waarde van derivaten op een tweetal leningen gestegen, waardoor de schuldpositie is toegenomen. Er is voor de embedded derivaten geen sprake van marktwaardeverrekening en/of het aanhouden van een verplichte liquiditeitsbuffer.
Vooruitontvangen huren Brede School Vriezenveen
| |
31-12-2025 |
| |
€ |
| Saldo conform jaarrekening 2024 |
2.404.719 |
| Vooruitontvangen huur |
- |
| Saldo per 31 december 2024 |
2.404.719 |
| Kortlopend deel |
-93.690 |
| Saldo per 31 december 2025 |
2.311.029 |
11. Kortlopende schulden
Kortlopend deel langlopende schulden
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Schulden aan overheid |
- |
18.621 |
| Schulden aan kredietinstellingen |
5.750.370 |
5.038.074 |
| Agio |
189.005 |
188.718 |
| Boekwaarde per 31 december |
5.939.375 |
5.245.413 |
Schulden aan leveranciers
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Crediteuren |
1.106.958 |
1.900.245 |
Belastingen en premies sociale verzekeringen
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Loonheffing en premies sociale verzekeringen |
226.986 |
125.968 |
| Omzetbelasting |
667.815 |
825.541 |
| Vennootschapsbelasting |
- |
- |
| Boekwaarde per 31 december |
894.801 |
951.509 |
Schulden terzake van pensioenen
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Schulden terzake van pensioenen |
66.516 |
110.139 |
Overige schulden
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Vakantiedagenverplichting |
227.580 |
199.683 |
| Te betalen accountantskosten |
64.203 |
124.646 |
| Te verrekenen servicekosten |
144.755 |
79.311 |
| Overige schulden |
13.780 |
- |
| |
450.318 |
403.640 |
Overlopende passiva
| |
31-12-2025 |
31-12-2024 |
| |
€ |
€ |
| Glas- en andere fondsen |
112.858 |
78.123 |
| Niet vervallen rente leningen o/g |
2.514.680 |
2.444.754 |
| Vooruitontvangen huren Brede School Vriezenveen |
93.690 |
93.690 |
| Vooruitontvangen huren overig |
201.858 |
201.283 |
| Overige |
450.586 |
- |
| |
3.373.671 |
2.817.850 |
FINANCIËLE INSTRUMENTEN
Algemeen
De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam is bij het schatten van de omvang van risico's die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten.
Doelstellingen en beleid inzake beheer financiële risico's
De primaire financiële instrumenten van Mijande Wonen dienen ter financiering van haar operationele activiteiten of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Een belangrijke doelstelling van het financieringsbeleid van de groep is het voorkomen dan wel spreiden van ongewenste financiële risico's zoals rente- en liquiditeitsrisico's.
Mijande Wonen maakt geen gebruik van financiële instrumenten (derivaten) om renterisico's en ook looptijdrisico's te beperken behoudens extendible leningen. De voorwaarden waaronder derivaten kunnen worden afgesloten, zijn vastgelegd in het treasurystatuut en het treasury-jaarplan. De grondslagen hiervoor zijn in overeenstemming met de beleidsregels van de minister.
Binnen het treasurybeleid dient het gebruik van afgeleide financiële instrumenten ('derivaten') ter beperking van inherente financiële risico's. Op grond van het vigerende interne treasurystatuut is het aangaan van (nieuwe) derivaten niet toegestaan.
Kredietrisico
Stichting Mijande Wonen maakt gebruik van meerdere banken teneinde dit risico te beperken. Verder handelt de groep enkel met kredietwaardige partijen en heeft zij procedures opgesteld om de kredietwaardigheid vast te stellen (rating) en de omvang van het kredietrisico bij elke partij te beperken. Er zijn geen significante concentraties van kredietrisico binnen Stichting Mijande Wonen.
Liquiditeitsrisico
Om te waarborgen dat Stichting Mijande Wonen aan haar verplichtingen kan voldoen zijn naast het aantrekken van langlopende leningen, kasgeld- en rekening-courantkredietfaciliteiten beschikbaar voor een bedrag van in totaal € 2 miljoen (2024: € 2 miljoen).
Voor de beschikbaarheid van financiering is de organisatie sterk afhankelijk van het blijvend functioneren van het borgingsstelsel via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).
Valutarisico
Stichting Mijande Wonen loopt geen valutarisico. Zij is alleen werkzaam in Nederland waardoor alle inkomende en uitgaande kasstromen in euro's zijn.
Renterisico (prijs- en kasstroomrisico's)
Stichting Mijande Wonen loopt renteprijs- en rentekasstroomrisico's over de rentedragende vorderingen (met name begrepen onder financiële vaste activa), effecten en liquide middelen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan kredietinstellingen).
Beschikbaarheidsrisico
De maatregelen vanuit de landelijke overheid leidden tot op heden tot een significante aantasting van de operationele kasstroom van woningcorporaties. Mijande Wonen heeft haar financiële meerjarenplan zodanig aangepast op deze maatregelen dat de beschikbaarheid van faciliteiten voor financiering en herfinanciering gecontinueerd wordt.
Mijande Wonen voldoet in de meerjarenplanning aan de financiële kengetallen zoals deze door toezichthouders en andere financiële stakeholders worden gehanteerd.
In de toelichting op de verscheidene posten van de balans wordt de reële waarde van het betreffende instrument toegelicht als deze afwijkt van de boekwaarde. Als het financiële instrument niet in de balans is opgenomen, wordt de informatie over de reële waarde gegeven in de toelichting op de 'Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen'.
Marktrisico
Het marktrisico wordt beheerst door stratificatie aan te brengen in de portefeuille, en limieten te stellen aan de rentebandbreedte van individuele transacties en het aantal transacties en de totale omvang daarvan per tegenpartij.
NIET IN DE BALANS OPGENOMEN REGELINGEN EN VERPLICHTINGEN
Voorwaardelijke verplichtingen
WSW obligoverplichting
Mijande Wonen heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken. Eind 2025 bedraagt deze € 4.947.000. De bereidstellingsprovisie voor de bank bedraagt 24 basispunten.
De lening sluit aan op hetgeen is vereist. Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant van het laatst verstreken kalenderjaar. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en de woningcorporatie niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten. Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde. In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door de woningcorporatie.
Pensioenregeling
De gehanteerde pensioenregeling van Mijande Wonen is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW).
De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:
- Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.
- Er is sprake van een middelloonregeling.
- De pensioen(richt)leeftijd is 68 jaar.
- De regeling kent zowel een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsovereenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze premie is vastgesteld op 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor.
- Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de consumentenprijsindex voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de branche Woningcorporaties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.
De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:
- Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling.
- De toegelaten instelling is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.
- Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.
De (maand)dekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2025 143,1% (ultimo 2024: 128,8%). De beleidsdekkingsgraad bedraagt ultimo 2025 134,9% (ultimo 2024: 130,3%). Met deze beleidsdekkingsgraad voldoet het pensioenfonds aan de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,2% die is voorgeschreven door De Nederlandse Bank (DNB). Er is daarom geen sprake van een dekkingstekort. De dekkingsgraad is ook hoger dan de vereiste dekkingsgraad van 126,1%. Er is daarom ook geen sprake van een reservetekort.
Niet verrekende rente (wegens earningstrippingmaatregel)
Mijande Wonen kan gebruiken maken van de generieke renteaftrekbeperking, de zogeheten earningsstrippingregeling. Dit betekent dat rente dat niet in het huidige boekjaar afgetrokken kan worden, mag worden doorgeschoven naar volgende jaren. Hiervoor mag een latentie gevormd worden in de balans van de jaarrekening, onder voorwaarde dat de doorgeschoven renteaftrek verrekend kan worden in de toekomst.
Mijande kan hiervoor geen latentie vormen. Om wel inzicht te geven in de in de toekomst te verrekenen rente, zie het onderstaande overzicht:
| Jaar |
Voor te wentelen rente |
| |
€ |
| Saldo definitieve aanslg Vpb 2022 |
13.344.432 |
| Niet-aftrekbare rente 2023 (definitieve aangifte) |
2.737.675 |
| Niet-aftrekbare rente 2024 (fiscale positie) |
4.818.400 |
| Niet-aftrekbare rente 2025 (fiscale positie) |
2.840.289 |
| Totaal ultimo 2025 |
23.740.796 |
Investeringsverplichting
Van het project de Oale Bouw is fase 3 in uitvoering. De aangegane verplichting voor de bouw van 43 woningen was per 31-12-2025 € 10,7 miljoen. De totale uitgaven in 2025 waren € 1,1 miljoen. Dit betekent dat de resterende verplichting € 9,6 miljoen is per 31 december 2025.
Een ander nieuwbouwproject dat in uitvoering is, is Denekamp Oost. Vanaf week 9 in 2026 wordt begonnen met de bouw van 23 woningen. De aangegane verplichting per 31 december 2025 is € 5,3 miljoen. De resterende verplichting voor dit project is per jaareinde € 5,3 miljoen.
Nieuwbouwproject Kooistraat wordt naar verwachting medio april 2026 opgeleverd. De resterende verplichting per 31 december 2025 is € 1,0 miljoen (aangegane verplichting 3,4 miljoen)
Ten aanzien van de verduurzamingsprojecten zijn er eind 2025 meerdere projecten in uitvoering. De resterende verplichtingen zijn € 3,6 miljoen.
Juridische zaken
Met de accountant zijn de lopende juridische zaken besproken. Deze hebben geen impact op de getrouwe weergave van de jaarrekening.
Gebeurtenis na balansdatum :
Er zijn geen significante gebeurtenissen na balansdatum.