Spring naar inhoud

4.9 Toelichting op de balans per 31 december 2025

1. Immateriële vaste activa

  Software (licenties)
  2025
Stand per 1 januari  
Verkrijgingsprijs  1.246.711 
Cumulatieve afschrijvingen en overige waardeverminderingen  - 
Boekwaarde per 1 januari  1.246.711 
Mutaties  
Investeringen 141.338
Afschrijvingen -249.342
  -108.004
   
Stand per 31 december  
Verkrijgingsprijs 1.388.049
Cumulatieve afschrijvingen en overige waardeverminderingen  -249.342 
Boekwaarde per 31 december 1.138.707
De immateriële vaste activa betreft de aanschaf van een nieuw ERP systeem en heeft een geschatte economische levensduur van 5 jaar. Gedurende de economische levensduur worden de immateriële vaste activa naar tijdsgelang lineair afgeschreven.

2. Vastgoedbeleggingen

DAEB- en niet DAEB-vastgoed in exploitatie (VIE)

(€}
  DAEB vastgoed in exploitatie   Niet-DAEB vastgoed in exploitatie  
  2025 2024 2025 2024
Stand per 1 januari        
Aanschafwaarde 336.931.196 301.745.454 27.635.049 28.035.960
Herwaardering 308.200.996 287.717.478 2.221.733 378.016
Boekwaarde per 1 januari 645.132.192 589.462.932 29.856.782 28.413.976
         
Mutaties        
Aankoop woningen  -   -   -  -
Investeringen bestaand bezit  20.434.492   18.125.142   -   26.487 
Herclassificatie grond  -  -  -  -
Nieuwbouw (van VIO)  7.090.313   24.893.681   -  -
Onrendabele top nieuwbouw van VIO  -   -13.896.070   -  -
Buitengebruikstelling sloop (naar VIO)  -   -5.230.037   -   -42.200 
Buitengebruikstelling verkoop  -1.544.681   -1.291.042   -  -
Te verkopen woningen (naar voorraad)  -   -1.312.002   -   -358.711 
Onrendabele top investering bestaand bezit  -16.788.962   -10.553.504   -  -
Overboeking naar voorziening  -1.140.934  -  -  -
Mutatie marktwaarde  50.820.850   44.933.092   1.616.681   1.817.230 
Totaal mutaties 58.871.077 55.669.260 1.616.681 1.442.806
         
Stand per 31 december        
Aanschafwaarde 362.911.319 336.931.196 27.635.049 27.635.050
Herwaardering 341.091.950 308.200.996 3.838.414 2.221.732
Boekwaarde per 31 december 704.003.269 645.132.192 31.473.463 29.856.782
Wijzigingen in het aantal verhuureenheden hebben invloed op de ontwikkeling van de marktwaarde. In 2025 zijn vanuit het project Oale Bouw fase 2 37 woningen opgeleverd. Naast het bouwen van nieuwe woningen zijn er in afgelopen jaar 278 woningen verduurzaamd. Het aantal verhuureenheden is afgenomen door het verkopen van 17 woningen.

Basiswaardering woongelegenheden en parkeergelegenheden

Parameters woongelegenheden
De belangrijkste parameters zijn:
  2025 2024
Disconteringsvoet 6,00% tot 8,88% 6,00% tot 9,42%
Exit yield* 5,79% tot 17,63% 0% en 6,50%
Mutatiekans 7,58% 7,36%
Gem. markthuur (per eenheid per maand) € 1.007,35 € 900,81

In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.

  • Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel.
  • Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.

De overdrachtskosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 11,4% van de berekende waarde van een verhuureenheid op peildatum 31 december 2025, vanaf 1-1-2026 9,0% (2025: 11,4%).

Parkeergelegenheden
De belangrijkste parameters zijn:
  2025 2024
Disconteringsvoet 8,26% tot 8,35% 7,94% tot 8,03%
Exit yield* 0% tot 14,60% 0% tot 21,11%
Gem. markthuur (per eenheid per maand) € 28,44 € 36,84

Bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed alsmede zorgvastgoed en flexwoningen

Full versie marktwaardering

Inschakeling taxateur

De huursom van ons bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed (incl. zorgvastgoed en flexwoningen) bedraagt meer dan 5% van de totale huursom. In dat geval is voorgeschreven dat dit deel van ons bezit elke drie jaar volledig getaxeerd dient te worden (full-waardering). In de andere twee jaar volstaat een markttechnische update.

Parameters bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed alsmede zorgvastgoed
De belangrijkste parameters zijn:
  2025 2024
Disconteringsvoet BOG/MOG 7,75% tot 10,75% 7,50% tot 10,51%
Disconteringsvoet ZOG 7,0% en 8,75% 6,25% en 8,75%
Exit yield BOG/MOG* 0% tot 11,75% 0% tot 13,68%
Exit yield ZOG* 7,50% tot 9,25% 6,75% tot 9,25%
Gem. markthuur (per m2 vvo per jaar) BOG/MOG € 137,61 € 132,21
Gem. markthuur (per m2 vvo per jaar) ZOG € 128,16 € 121,39

De overdrachtskosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 11,4% van de berekende waarde van een verhuureenheid (2025: 11,4%).

Bij de full-versie heeft de taxateur de mogelijkheid om bij een aantal vrijheidsgraden af te wijken van het handboek. Bij Mijande Wonen is er bij een aantal van de getaxeerde complexen afgeweken van de vrijheidsgraden disconteringsvoet en/of exit yield ten opzichte van het handboek. Dit heeft te maken met de kwaliteit en lengte van de huurovereenkomsten alsmede de bouwjaren van de objecten.

Toename Marktwaarde
De toename van de marktwaarde in 2025 kan op hoofdlijnen worden als volgt verklaard:
(x € 1.000)
  DAEB niet-DAEB Totaal Effect
Marktwaarde 2024  646.448   30.215   676.663  100,0%
Voorraadmutaties  4.488   -359   4.130  0,6%
Vastgoedgegevens  41.060   1.471   42.531  6,3%
Methodische wijzigingen  -   -   -  0,0%
Validatie  15.261   1.087   16.348  2,4%
Marktontwikkelingen  -3.808   -388   -4.195  -0,6%
Marktwaarde 2025  703.450   32.027   735.477  108,7%
Percentage marktwaarde 2025 t.o.v. 2024 108,8% 106,0% 108,7%  
Vastgoed bestemd voor verkoop naar Voorraden  -   -   -   
Marktwaarde 2025 in exploitatie  703.450   32.027   735.477  108,7%
Onroerende zaken bestemd voor de verkoop

De woningen die ultimo 2025 leeg staan en bestemd zijn om te worden verkocht zijn op de balans afzonderlijk opgenomen onder de post ‘Vastgoed bestemd voor verkoop’.

Beleidswaarde
(x € 1.000)
  2025 2024
Marktwaarde in verhuurde staat  735.477   676.660 
1. Beschikbaarheid (doorexploiteren)  -119.317   -185.102 
2. Betaalbaarheid (huren)  -170.402   -112.753 
3a Kwaliteit (onderhoud)  -61.241   -118.830 
3b Kwaliteit (energielabels)  -2.053   -2.213 
4. Beheer (beheerskosten)  -19.704   7.547 
5. Disconteringsvoet  251.563   220.977 
Maatschappelijke investering  -121.154   -190.374 
Beleidswaarde  614.323   486.286 
De beleidswaarde 2025 is € 128 miljoen gestegen ten opzichte van 2024. Het verloop blijkt uit navolgende tabel.
Verloop Beleidswaarde
(x € 1.000)
  DAEB niet-DAEB Totaal Effect
Beleidswaarde 2024  455.434   30.852   486.286  100,0%
Voorraadmutaties  5.011   -192   4.819  1,0%
Vastgoedgegevens  19.566   524   20.089  4,1%
Methodische wijzigingen  -   -   -  0,0%
Validatie  -9   -30   -39  -0,0%
Marktontwikkelingen  -1.950   -640   -2.589  -0,5%
Parameters beleidswaarde  102.843   2.914   105.757  21,7%
Beleidswaarde 2025  580.895   33.428   614.323  126,3%
Percentage beleidswaarde 2025 t.o.v. 2024 127,5% 108,4% 126,3%  
Uit voorgaand verloop blijkt dat de beleidswaarde met name wordt beïnvloed door de vastgoedgegevens en de parameters beleidswaarde. Voor de vastgoedgegevens wordt de stijging vooral veroorzaakt door de stijging van de gemiddelde contracthuur van 5,46%. De stijging van de beleidswaarde wordt voornamelijk door de daling van de onderhoudsnorm van 22,3% veroorzaakt.
Toelichting activa in exploitatie
Uitgangspunten voor 2025  2024 
Disconteringsvoet *) 4,22% 4,17%
Streefhuur per maand  € 718   € 672 
Lasten onderhoud per jaar  € 2.607   € 3.354 
Lasten beheer per jaar  € 1.147   € 826 
Disconteringsvoet

Met ingang van 2025 is deze voor alle corporaties gesteld op 4,22% voor DAEB-bezit en op 4,76% voor niet-DAEB-bezit.

Streefhuur

Het streefhuurbeleid van Mijande Wonen is erop gericht de streefhuren gelijk te laten zijn aan de aftoppingsgrenzen. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van een 2-hurenbeleid. Dat wil zeggen dat uitgaande van de streefhuren c.q aftoppingsgrenzen voor huishoudens met een hoger inkomen een opslag geldt van € 50. Jongeren tot 23 jaar krijgen een korting op de huurprijs, zodat zij in aanmerking blijven komen voor huurtoeslag. Deze korting vervalt nadat zij 23 jaar zijn geworden.

Onderhoud

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:

  • Planmatig onderhoud
  • Contractonderhoud
  • Mutatieonderhoud
  • Reparatie- en klachtenonderhoud

Planmatig onderhoud
Het planmatig onderhoud is gebaseerd op de vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting (mjob). De onderhoudsuitgaven betreffen de uitgaven om een verhuurbare eenheid, danwel complex in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden, als waarin het zich op de peildatum (einde boekjaar) bevindt, rekening houdend met het effect van onderhoudscycli, zo nodig na het verhelpen van achterstallig onderhoud indien dit aanwezig is. Het in dezelfde technische en bouwkundige staat houden, houdt in dat er in of aan het vastgoed geen technische gebreken zijn (minimaal conditiescore 4). Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Mijande Wonen conditiemetingen overeenkomstig NEN 2767. Mijande Wonen hanteert een periode actualisatie van de conditiemetingen: eens in de 3 jaar wordt ieder complex opgenomen.
In de onderhoudsuitgaven zijn dus ook de uitgaven voor de vervanging van daken, voegwerk en kozijnen opgenomen omdat dit in beginsel kwalificeert als instandhouding. Ook de uitgaven voor vervanging van keukens, badkamers en toiletten vallen onder de onderhoudsuitgaven in verband met het technisch en bouwkundig in stand houden van het gebouw. In de mjob wordt rekening gehouden met de volgende onderhoudscycli afhankelijk van de aard van het soort werkzaamheden.

Contractonderhoud
Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.

Mutatieonderhoud
De in de meerjarenonderhoudsbegroting (mjob) opgenomen geschatte kosten met betrekking tot mutatieonderhoud, reparatie en klachtenonderhoud zijn gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke zijn geïndexeerd met de bouwkostenindex. De mjob is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwing, renovatie, sloop, nieuwbouw en verkoop. Voor de beleidswaarde dient de begroting gebaseerd te zijn op de langjarige onderhoudscyclus (60 jaar) van het object op basis van instandhouding. Als gevolg hiervan zijn nieuwbouw en verkoop buiten beschouwing gelaten en is ingrijpende verbouwing aangepast naar een situatie voordat er correcties als gevolg van clustering vanwege ingrijpende verbouwing zijn verwerkt.

Beheer

De norm voor beheerlasten is gebaseerd op het meerjarig gemiddelde van de vastgestelde meerjarenbegroting 2026 e.v.

Sensitiviteitsanalyse
In navolgende tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van de uitgangspunten heeft op de beleidswaarde.
Effect op de beleidswaarde (x € 1.000) Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde
Streefhuur per maand € 25 hoger +/+ € 26.109
Streefhuur per maand € 25 lager -/- € 29.792
Lasten onderhoud per jaar € 100 hoger -/- € 18.000
Lasten beheer per jaar € 100 hoger -/- € 18.000
Disconteringsvoet 0,5% hoger -/- € 63.592
Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie

Per 31 december 2025 is in totaal € 382 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2024: € 351 miljoen), dit is het positieve verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is € 614,3 miljoen, de marktwaarde € 735,5 miljoen. Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde is een bedrag van circa € 121 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Mijande Wonen.

De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en de toenemende behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhoudslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteitssituatie van de corporatie.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
  2025 2024
 
Boekwaarde per 1 januari 3.077.632 2.910.407
     
Mutaties    
Toevoeging 424.324 167.225
Mutatie marktwaarde  -   - 
Totaal mutaties 2025 3.501.956 3.077.632
     
Boekwaarde per 31 december 3.501.956 3.077.632
Bij de contracten gebaseerd op het "Koopgarant"-principe geldt dat er sprake is van verleende kortingen van 25%. Daarnaast heeft Mijande Wonen een terugkoop verplichting (verantwoord onder 9). Het aandeel van Mijande Wonen in de waarde ontwikkeling van de woning is 50%. De actuele waarde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is gebaseerd op de WOZ-waarde geïndexeerd naar ultimo 2025 conform stijging handboek (Twente). Eind 2025 resteren er 15 woningen die zijn verkocht onder voorwaarden (2024: 15 woningen).
Vastgoed in ontwikkeling (VIO) bestemd voor eigen exploitatie
  2025 2024
 
Boekwaarde per 1 januari 0 2.292.717
     
Mutaties    
Investeringen 11.942.089 9.387.567
Inbreng marktwaarde sloop woningen 0 0
Opboeken kavelprijs nieuwbouw 0 0
Waardeveranderingen -297.397 0
Overboeking naar VIE -7.090.313 -11.001.664
Overboeking naar VIE onrendabele top -3.449.266 -678.620
Totaal mutaties 1.105.113 -2.292.717
     
Boekwaarde per 31 december  1.105.113  0

3. Materiële vaste activa

Een overzicht van de Materiële vaste activa ten dienste van exploitatie is hierna opgenomen:
Onroerende en roerende goederen t.d.v. de exploitatie Bedrijfsgebouwen en terreinen Vervoersmiddelen Andere vaste bedrijfsmiddelen Totaal
 
         
Aanschafwaarde 4.223.357 739.169 2.552.441 7.514.967
Cumulatieve afschrijvingen -930.188 -332.592 -1.876.659 -3.139.439
Boekwaarde 3.293.169 406.577 675.782 4.375.528
         
Mutaties        
Investeringen 329.987 77.968 256.786 664.741
Desinvesteringen 0 -58.216 0 -58.216
Afschrijving desinvesteringen 0 0 0 0
Afschrijvingen -121.420 -27.237 -252.185  -400.842 
Totaal mutaties 208.567 -7.485 4.601 205.683
         
Stand per 31 december        
Aanschafwaarde 4.553.344 758.921 2.809.227 8.121.492
Cumulatieve afschrijvingen -1.051.608 -359.829 -2.128.844 -3.540.281
Boekwaarde 3.501.736 399.092 680.383 4.581.211
Afschrijvingen

De afschrijvingen op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn bepaald volgens de lineaire methode rekening houdend met een eventuele restwaarde, onder toepassing van de componentenbenadering en gebaseerd op de volgende verwachte gebruiksduur:

  • Bedrijfsgebouwen 50 jaar;
  • Terreinen n.v.t.;
  • Vervoermiddelen 5-10;
  • Andere vaste bedrijfsmiddelen 3-10.

4. Financiële vaste activa

  31-12-2025 31-12-2024
 
Latente belastingvordering    
Latentie compensabele verliezen 1.417.009  1.445.628 
Latentie afschrijvingspotentie 735.041  423.971 
   2.152.050   1.869.599 
Latenties hebben betrekking op tijdelijke waardeverschillen met de fiscale jaarrekening. De gemiddelde looptijd is 5 jaar. De mutatie wordt in het resultaat verantwoord onder de post "Belastingen".
Latentie compensabele verliezen

Het verwachte saldo compensabele verliezen ultimo 2025 bedraagt € 5,6 miljoen. De nominale waarde van de latentie ultimo 2024 bedraagt € 1,5 miljoen. Vrijval 1e jaar € 0,3 miljoen (2025).

Latentie afschrijvingspotentie

De nominale waarde ultimo 2025 bedraagt € 779.842. Vrijval 1e jaar € 211.399.

Overige vorderingen

Het betreft de post geamortiseerde rente en het verloop is als volgt:
  31-12-2025 31-12-2024
 
Overige vorderingen    
Stand per 1 januari 155.560  176.498 
Mutatie -23.304  -20.938 
Stand per 31 december  132.256   155.560 
Latenties hebben betrekking op tijdelijke waardeverschillen met de fiscale jaarrekening. De gemiddelde looptijd is 5 jaar. De mutatie wordt in het resultaat verantwoord onder de post "Financiële baten en lasten".

VLOTTENDE ACTIVA

5. Voorraden

  31-12-2025 31-12-2024
 
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop  354.286   - 
  2025 2024
 
Stand per 1 januari  1.674.417   642.734 
Vastgoed bestemd voor verkoop (leegstand) 624.595  1.674.417 
Verkocht in boekjaar  -1.674.417   -642.734 
Stand per 1 januari  624.595   1.674.417 
Per 31-12-2025 staan er geen woningen leeg die bestemd zijn voor verkoop (2024: 6). Het verantwoorde bedrag ziet toe op twee grondposities die zijn bestemd voor verkopen (2024:0)

Grondposities

  31-12-2025 31-12-2024
 
Voorraden grondposities in ontwikkeling  371.675   905.277 

Onderhoudsmaterialen

  31-12-2025 31-12-2024
 
Overige voorraad onderhoudsmaterialen  99.000   95.203 

6. Vorderingen

Huurdebiteuren

  2025 2024
 
Huurdebiteuren  442.062   571.328 
Af: voorziening wegens oninbaar  -218.470   -238.184 
   223.592   333.144 

Overheid

  2025 2024
 
Gemeenten  16.547   - 

Belastingen en premies sociale verzekeringen

  2025 2024
 
Vennootschapsbelasting  240.693   121.504 

De balanspost vennootschapsbelasting € 230.899 bestaat uit te vorderen vennootschapsbelasting 2024 en € 8.986 betaalde vennootschapsbelasting 2025.

Overige vorderingen

  31-12-2025 31-12-2024
 
Overige vorderingen  869   46.307 

Overlopende activa

  31-12-2025 31-12-2024
 
Overige overlopende activa  380.487   446.455 
De posten gepresenteerd onder de overlopende activa hebben allemaal een looptijd van minder dan één jaar.

7. Liquide middelen

  31-12-2025 31-12-2024
 
Rekening courant BNG  2.496.386   7.134.865 
Rabobank  30.369   26.350 
   2.526.755   7.161.215 
Het saldo van de liquide middelen staat ter vrije beschikking van Mijande Wonen. Mijande Wonen heeft bij BNG Bank een kredietfaciliteit ter grootte van € 2 miljoen (2024: € 2 miljoen). Op balansdatum is evenals eind vorig jaar geen gebruik gemaakt van deze faciliteit. Voor de faciliteit zijn geen zekerheden gesteld.

PASSIVA

8. Eigen vermogen

Herwaarderingsreserve

  31-12-2025 31-12-2024
 
DAEB vastgoed in exploitatie  365.979.036   337.935.851 
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie  11.882.648   10.430.919 
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden  3.243.545   2.602.689 
   381.105.229   350.969.459 
  DAEB vastgoed in exploitatie Niet DAEB vastgoed in exploitatie Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden Totaal
 
Stand per 1 januari 2025  337.935.851   10.430.919   2.602.689   350.969.459 
Realisatie uit hoofde van verkoop  -2.082.207   -211.892   -   -2.294.099 
Mutatie herwaardering  30.125.392   1.663.621   640.856   32.429.869 
Stand per 31 december 2025  365.979.036   11.882.648   3.243.545   381.105.229 
  2025 2024
 
Stand per 1 januari  350.969.459   321.696.211 
Realisatie uit hoofde van verkoop  -2.294.099   -1.283.914 
Mutatie herwaardering  32.429.869   30.557.162 
Stand per 31 december  381.105.229   350.969.459 
De herwaarderingsreserve wordt bepaald op complexniveau op basis van het positieve verschil in de boekwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van marktwaarde ten opzichte van de aanschafwaarde van het vastgoed in exploitatie op basis van historische kosten. Bij de bepaling van de boekwaarde op basis van historische kosten wordt geen rekening gehouden met afschrijvingen en waardeverminderingen. Verder is geen rekening gehouden met eventueel over de herwaardering verschuldigde belastingen bij realisatie.

Overige reserves

  2025 2024
 
Stand per 1 januari  80.222.114   189.861.254 
Resultaatbestemming voorgaand boekjaar  43.461.052   -80.365.893 
Overboeking herwaarderingsreserve  -30.135.770   -29.273.247 
Stand per 31 december  93.547.396   80.222.114 

Het ingehouden deel van het resultaat over 2025 bedraagt € 36.517.894.

Voorstel tot bestemming van het resultaat over het boekjaar 2025. Het bestuur stelt aan de RvC voor het positieve resultaat over het boekjaar 2025 ten bedrage van € 36.517.894 geheel ten bate van de overige reserves en herwaarderingsreserve te brengen.

Dit voorstel is (nog niet) in de jaarrekening verwerkt.

Het positieve resultaat over het boekjaar 2025 ten bedrage van € 36.517.894 dat geheel ten bate van de overige reserves wordt gebracht, betreft € -/- 16,1 miljoen gerealiseerd resultaat en € 52,6 miljoen niet- gerealiseerde waardeveranderingen.

Bestemming van het resultaat over het boekjaar 2025.
De jaarrekening 2025 is vastgesteld in de vergadering van de RvC gehouden op 24 juni 2026. De vergadering heeft de bestemming van het resultaat vastgesteld en conform het daartoe gedane voorstel toegevoegd aan de overige reserves en herwaarderingsreserve.

9. Voorzieningen

Het betreft een voorziening voor verduurzamingsprojecten en het verloop is als volgt:

Onrendabele investeringen en herstructureringen

  2025 2024
 
Voorziening nieuwbouw en verduurzaming    
Stand per 1 januari  12.241.156   16.481.553 
Dotatie  17.921.806   14.458.122 
Onttrekking  -8.298.233   -12.450.634 
Vrijval  -2.577.379   -6.247.885 
Stand per 31 december  19.287.350   12.241.156 
     
  2025 2024
 
Voorziening nieuwbouw    
Stand per 1 januari  4.376.801   - 
Dotatie  8.508.295   10.308.078 
Onttrekking  -710.607   -1.897.129 
Vrijval  -1.484.853   -4.094.388 
Stand per 31 december  10.689.637   4.316.561 
     
  2025 2024
 
Voorziening verduurzaming    
Stand per 1 januari  7.864.355   16.481.553 
Dotatie  9.413.511   4.150.045 
Onttrekking  -7.587.626   -10.553.506 
Vrijval  -1.092.527   -2.153.497 
Stand per 31 december  8.597.713   7.924.595 

10. Langlopende schulden

  31-12-2025 Kortlopend deel < 1 jaar Resterende looptijd > 1 jaar Resterende looptijd > 5 jaar
 
Schulden aan overheid  10.679.997  0  3.680.000   7.000.000 
Schulden aan kredietinstellingen  185.801.519   5.750.370   11.400.000   174.401.515 
Agio  6.367.913  0 0 0
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden  2.901.177  0 0 0
Overige schulden  4.699.028  0 0 0
Stand per 31 december  210.449.634   5.750.370   15.080.000   181.401.515 

Reële waarde

De totale leningen portefeuille bestaat uit schulden overheid en kredietinstellingen. Deze bedraagt ultimo boekjaar € 202,2 miljoen (2024 € 187,3 miljoen) exclusief agio. De marktwaarde bedraagt € 208,2 (2024: € 222,6 miljoen) Eind 2025 was het niet opgenomen deel van de lening variabele hoofdsom nihil (2024: € 4 miljoen). Voor de marktwaarde berekening van de leningen portefeuille is gebruikt gemaakt van de IRS-curve op basis van de 6-maands Euribor curve. De marktwaarde is exclusief de waardering van de embedded derivaten. Deze is apart verantwoord onder de post 'Overige schulden'.
De gemiddelde kostenvoet van de langlopende schulden bedraagt 3,3% (2024: 3,3%).

Schulden aan overheid

  2025 2024
 
Langlopende leningen overheid    
Stand per 1 januari  3.698.620   3.775.762 
Opgenomen gelden  7.000.000   - 
Aflossing  -18.624   -77.142 
Stand per 31 december  10.679.997   3.698.620 
Kortlopend deel (komend boekjaar)  -   -18.620 
Langlopende deel per 31 december  10.679.997   3.680.000 
De leningen overheid betreft een lening van Energiefonds Overijssel (geborgd).

Schulden aan kredietinstellingen

  2025 2024
 
Langlopende leningen kredietinstellingen    
Stand per 1 januari  183.589.963   157.902.353 
Opgenomen gelden  13.000.000   30.000.000 
Aflossing  -5.038.074   -4.312.393 
Stand per 31 december  191.551.889   183.589.960 
Kortlopend deel (komend boekjaar)  -5.750.370   -5.038.074 
Langlopende deel per 31 december  185.801.519   178.551.886 

Agio

Betreft te amortiseren agio van de basisrentelening (vervallen embedded derivaat) en de Vestia lening. Het agio valt gedurende de resterende looptijd van de leningen vrij ten gunste van het (rente)resultaat.
  2025 2024
 
Stand per 1 januari  6.745.636   6.934.069 
Vrijval  -188.718   -188.433 
Stand per 31 december  6.556.918   6.745.636 
Aflossingsverplichting komend boekjaar  -189.005   -188.718 
Langlopende deel per 31 december  6.367.913   6.556.918 

Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

De terugkoopverplichting woningen VOV betreft de terugkoopverplichting van onroerende zaken die onder een regeling Verkoop onder Voorwaarden - zoals Koopgarant - zijn verkocht. Het aandeel van Mijande Wonen in de waardeontwikkeling van de woningen is 50%. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd en getoetst aan de bij overdracht ontstane verplichting.
  2025 2024
 
Boekwaarde per 1 januari  2.603.091   2.407.738 
Toevoeging  -   - 
Opwaarderingen boekjaar  298.086   195.353 
Boekwaarde per 31 december  2.901.177   2.603.091 
Het aantal resterende woningen is 15 (2024: 15).

Bij de contracten gebaseerd op het "Koopgarant"-principe geldt dat er sprake is van verleende kortingen van 25% of 15%. Daarnaast heeft Mijande Wonen een terugkoop verplichting (verantwoord onder 9). Het aandeel van Mijande Wonen in de waarde ontwikkeling van de woning is 50%.
De actuele waarde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is gebaseerd op de WOZ-waarde geïndexeerd naar ultimo 2025 conform stijging handboek (Twente).

Overige schulden

  31-12-2025 31-12-2024
 
Marktwaarde embedded derivaten  2.387.999   4.378.334 
Vooruitontvangen huren Brede School Vriezenveen *)  2.311.029   2.404.719 
Boekwaarde per 31 december  4.699.028   6.783.053 
*) Betreft huurcontract tot en met 2051.
Marktwaarde embedded derivaten
  31-12-2025 31-12-2024
 
Boekwaarde per 1 januari  4.378.334   4.131.231 
Waardeverandering in boekjaar  -1.990.335   247.103 
Boekwaarde per 31 december  2.387.999   4.378.334 
Onder de overige schulden is de marktwaarde opgenomen van de embedded derivaten. Als gevolg van een stijging van de rente is de waarde van derivaten op een tweetal leningen gestegen, waardoor de schuldpositie is toegenomen. Er is voor de embedded derivaten geen sprake van marktwaardeverrekening en/of het aanhouden van een verplichte liquiditeitsbuffer.
Vooruitontvangen huren Brede School Vriezenveen
  31-12-2025
 
Saldo conform jaarrekening 2024  2.404.719 
Vooruitontvangen huur  - 
Saldo per 31 december 2024  2.404.719 
Kortlopend deel  -93.690 
Saldo per 31 december 2025  2.311.029 

11. Kortlopende schulden

Kortlopend deel langlopende schulden
  31-12-2025 31-12-2024
 
Schulden aan overheid  -   18.621 
Schulden aan kredietinstellingen  5.750.370   5.038.074 
Agio  189.005   188.718 
Boekwaarde per 31 december  5.939.375   5.245.413 
Schulden aan leveranciers
  31-12-2025 31-12-2024
 
Crediteuren  1.106.958   1.900.245 
Belastingen en premies sociale verzekeringen
  31-12-2025 31-12-2024
 
Loonheffing en premies sociale verzekeringen  226.986   125.968 
Omzetbelasting  667.815   825.541 
Vennootschapsbelasting  -   - 
Boekwaarde per 31 december  894.801   951.509 
Schulden terzake van pensioenen
  31-12-2025 31-12-2024
 
Schulden terzake van pensioenen  66.516   110.139 
Overige schulden
  31-12-2025 31-12-2024
 
Vakantiedagenverplichting  227.580   199.683 
Te betalen accountantskosten  64.203   124.646 
Te verrekenen servicekosten  144.755   79.311 
Overige schulden  13.780   - 
   450.318   403.640 
Overlopende passiva
  31-12-2025 31-12-2024
 
Glas- en andere fondsen  112.858   78.123 
Niet vervallen rente leningen o/g  2.514.680   2.444.754 
Vooruitontvangen huren Brede School Vriezenveen  93.690   93.690 
Vooruitontvangen huren overig  201.858   201.283 
Overige  450.586   - 
   3.373.671   2.817.850 

FINANCIËLE INSTRUMENTEN

Algemeen

De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam is bij het schatten van de omvang van risico's die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten.

Doelstellingen en beleid inzake beheer financiële risico's

De primaire financiële instrumenten van Mijande Wonen dienen ter financiering van haar operationele activiteiten of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Een belangrijke doelstelling van het financieringsbeleid van de groep is het voorkomen dan wel spreiden van ongewenste financiële risico's zoals rente- en liquiditeitsrisico's.
Mijande Wonen maakt geen gebruik van financiële instrumenten (derivaten) om renterisico's en ook looptijdrisico's te beperken behoudens extendible leningen. De voorwaarden waaronder derivaten kunnen worden afgesloten, zijn vastgelegd in het treasurystatuut en het treasury-jaarplan. De grondslagen hiervoor zijn in overeenstemming met de beleidsregels van de minister.
Binnen het treasurybeleid dient het gebruik van afgeleide financiële instrumenten ('derivaten') ter beperking van inherente financiële risico's. Op grond van het vigerende interne treasurystatuut is het aangaan van (nieuwe) derivaten niet toegestaan.

Kredietrisico

Stichting Mijande Wonen maakt gebruik van meerdere banken teneinde dit risico te beperken. Verder handelt de groep enkel met kredietwaardige partijen en heeft zij procedures opgesteld om de kredietwaardigheid vast te stellen (rating) en de omvang van het kredietrisico bij elke partij te beperken. Er zijn geen significante concentraties van kredietrisico binnen Stichting Mijande Wonen.

Liquiditeitsrisico
Om te waarborgen dat Stichting Mijande Wonen aan haar verplichtingen kan voldoen zijn naast het aantrekken van langlopende leningen, kasgeld- en rekening-courantkredietfaciliteiten beschikbaar voor een bedrag van in totaal € 2 miljoen (2024: € 2 miljoen).

Voor de beschikbaarheid van financiering is de organisatie sterk afhankelijk van het blijvend functioneren van het borgingsstelsel via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).

Valutarisico
Stichting Mijande Wonen loopt geen valutarisico. Zij is alleen werkzaam in Nederland waardoor alle inkomende en uitgaande kasstromen in euro's zijn.

Renterisico (prijs- en kasstroomrisico's)
Stichting Mijande Wonen loopt renteprijs- en rentekasstroomrisico's over de rentedragende vorderingen (met name begrepen onder financiële vaste activa), effecten en liquide middelen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan kredietinstellingen).

Beschikbaarheidsrisico
De maatregelen vanuit de landelijke overheid leidden tot op heden tot een significante aantasting van de operationele kasstroom van woningcorporaties. Mijande Wonen heeft haar financiële meerjarenplan zodanig aangepast op deze maatregelen dat de beschikbaarheid van faciliteiten voor financiering en herfinanciering gecontinueerd wordt.
Mijande Wonen voldoet in de meerjarenplanning aan de financiële kengetallen zoals deze door toezichthouders en andere financiële stakeholders worden gehanteerd.
In de toelichting op de verscheidene posten van de balans wordt de reële waarde van het betreffende instrument toegelicht als deze afwijkt van de boekwaarde. Als het financiële instrument niet in de balans is opgenomen, wordt de informatie over de reële waarde gegeven in de toelichting op de 'Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen'.

Marktrisico
Het marktrisico wordt beheerst door stratificatie aan te brengen in de portefeuille, en limieten te stellen aan de rentebandbreedte van individuele transacties en het aantal transacties en de totale omvang daarvan per tegenpartij.

NIET IN DE BALANS OPGENOMEN REGELINGEN EN VERPLICHTINGEN

Voorwaardelijke verplichtingen

WSW obligoverplichting
Mijande Wonen heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken. Eind 2025 bedraagt deze € 4.947.000. De bereidstellingsprovisie voor de bank bedraagt 24 basispunten.
De lening sluit aan op hetgeen is vereist. Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant van het laatst verstreken kalenderjaar. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en de woningcorporatie niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten. Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde. In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door de woningcorporatie.

Pensioenregeling
De gehanteerde pensioenregeling van Mijande Wonen is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW).

De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.
  • Er is sprake van een middelloonregeling.
  • De pensioen(richt)leeftijd is 68 jaar.
  • De regeling kent zowel een partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd door middel van een opbouwregeling (uitkeringsovereenkomst). Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast. Deze premie is vastgesteld op 27% van de pensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor.
  • Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de consumentenprijsindex voor alle huishoudens. Voor actieve deelnemers geldt dat het bestuur streeft naar verhoging met de loonontwikkeling van de branche Woningcorporaties. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:

  • Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling.
  • De toegelaten instelling is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.
  • Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

De (maand)dekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2025 143,1% (ultimo 2024: 128,8%). De beleidsdekkingsgraad bedraagt ultimo 2025 134,9% (ultimo 2024: 130,3%). Met deze beleidsdekkingsgraad voldoet het pensioenfonds aan de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,2% die is voorgeschreven door De Nederlandse Bank (DNB). Er is daarom geen sprake van een dekkingstekort. De dekkingsgraad is ook hoger dan de vereiste dekkingsgraad van 126,1%. Er is daarom ook geen sprake van een reservetekort.

Niet verrekende rente (wegens earningstrippingmaatregel)
Mijande Wonen kan gebruiken maken van de generieke renteaftrekbeperking, de zogeheten earningsstrippingregeling. Dit betekent dat rente dat niet in het huidige boekjaar afgetrokken kan worden, mag worden doorgeschoven naar volgende jaren. Hiervoor mag een latentie gevormd worden in de balans van de jaarrekening, onder voorwaarde dat de doorgeschoven renteaftrek verrekend kan worden in de toekomst.

Mijande kan hiervoor geen latentie vormen. Om wel inzicht te geven in de in de toekomst te verrekenen rente, zie het onderstaande overzicht:

Jaar Voor te wentelen rente
 
Saldo definitieve aanslg Vpb 2022  13.344.432 
Niet-aftrekbare rente 2023 (definitieve aangifte)  2.737.675 
Niet-aftrekbare rente 2024 (fiscale positie)  4.818.400 
Niet-aftrekbare rente 2025 (fiscale positie)  2.840.289 
Totaal ultimo 2025  23.740.796 

Investeringsverplichting
Van het project de Oale Bouw is fase 3 in uitvoering. De aangegane verplichting voor de bouw van 43 woningen was per 31-12-2025 € 10,7 miljoen. De totale uitgaven in 2025 waren € 1,1 miljoen. Dit betekent dat de resterende verplichting € 9,6 miljoen is per 31 december 2025.
Een ander nieuwbouwproject dat in uitvoering is, is Denekamp Oost. Vanaf week 9 in 2026 wordt begonnen met de bouw van 23 woningen. De aangegane verplichting per 31 december 2025 is € 5,3 miljoen. De resterende verplichting voor dit project is per jaareinde € 5,3 miljoen.

Nieuwbouwproject Kooistraat wordt naar verwachting medio april 2026 opgeleverd. De resterende verplichting per 31 december 2025 is € 1,0 miljoen (aangegane verplichting 3,4 miljoen)

Ten aanzien van de verduurzamingsprojecten zijn er eind 2025 meerdere projecten in uitvoering. De resterende verplichtingen zijn € 3,6 miljoen.

Juridische zaken
Met de accountant zijn de lopende juridische zaken besproken. Deze hebben geen impact op de getrouwe weergave van de jaarrekening.

Gebeurtenis na balansdatum :
Er zijn geen significante gebeurtenissen na balansdatum.